International College for Research on Equine Osteopathy

 


HOME

HOT NEWS

ONZE GEGEVENS

LOCATIES

DATA

FOTO'S

VARIA

DOWNLOAD

EINDWERKEN

LINKS

 

 

EINDWERKEN

Jori Wester:

Osteopathie en podotrochleïtis

 

Inleiding

 

Er is al veel geschreven over podotrochleitis, in de volksmond ook wel hoefkatrol genoemd. Deze foute benaming geeft al aan dat veel mensen niet weten wat het ziektebeeld precies inhoudt. Er zijn voor podotrochleitis al veel mogelijke oorzaken aangegeven. Zoals verslechterde doorbloeding naar het voorbeen, overbelasting van de hoefkatrol, erfelijke factoren, (verkeerd) beslag etc. Er zijn minstens net zoveel verschillende behandelwijzen voor podotrochleitis beschreven. Van aangepast beslag, recht richten tijdens het rijden, de zenuw lam spuiten tot een jaar weide rust toe. Echter men vindt niet veel over osteopatische behandeling met betrekking tot dit probleem. Terwijl wanneer men de mogelijke oorzaken onder de loep neemt er best wat ingangspunten zijn voor osteopatische behandeling.
Ik wil me hierin verdiepen en middels mijn eindwerk bekijken of osteopathie een aanvulling kan zijn op de huidige behandelwijze van podotrochleitis.

 

De osteopatische behandeling

Je begint altijd met een inspectie. Hoe staat het paard erbij. Staat het paard met alle vier de benen onder de massa, of juist met de voorbenen naar voren geplaatst. Hoe is de algemene eerste indruk van het paard?

De behandeling wordt voorafgegaan door de “3 minuten”test om zo de eventuele probleemzones te lokaliseren. Waar bevinden zich blokkades, verhoogde spanning etc. Ook worden de benen gecontroleerd op zwelling, warmte en eventuele andere afwijkingen.

Bij de behandeling wordt meestal thoracaal begonnen, gevolgd door lumbaal/ sacraal en afgesloten met craniaal. Als eerste wordt het parietaal systeem behandeld, gevolgd door het visceraal systeem en met cranio-sacraal technieken wordt de behandeling afgesloten.

Wanneer we blokkades vinden, wat voor gevolgen kan dat hebben?

Een blokkade in een gewicht zal indirect pijn veroorzaken. Bij een blokkade zullen bepaalde II- en III afferenten, kapselreceptoren, niet meer geprikkeld worden. Hierdoor ontstaat er een desinhibitie van IV- vezels, met pijn als gevolg.

Door de pijn ontstaat er een verhoging van zowel de animale als de sympatische basistonus. De verhoogde orthosympatische basistonus uit zich vooral in een verhoogde tonus van de precapillaire sfincters, waardoor een daling van de effectieve doorbloeding ontstaat (lokaal).

De verhoogde animale basistonus uit zich in een toename van de gamma-activiteit. Met hypertonie als gevolg.
Bij een blokkade blijft altijd een gedeeltelijke beweging bestaan. Het in de richting van het letsel bewegen wordt toegestaan, het van de richting van het letsel af bewegen roept spanning en pijn op.

Een blokkade wordt in eerste instantie in stand gehouden door het gewrichtskapsel en gereguleerd en gecontroleerd door de gewrichtssensoren. Verder wordt een blokkade mede in stand gehouden door de omringende spieren. Hierin spelen de spierspoelen een belangrijke rol.

Door prikkeling van II- en III-vezels ontstaat er inhibitie van het IV-vezel systeem en kunnen blokkades opgelost worden.

De I-afferenten, met name de spierspoelen, hebben geen invloed op de inhibitie van het IV-systeem.

De inhibitie van pijn zorgt ervoor dat ook de orthosympatische basistonus zal dalen, waardoor de precappilaire sfincters opengaan en de effectieve doorbloeding stijgt. Ook zal de animale basistonus dalen, waardoor de gamma- activiteit daalt en de hypertonie afneemt.

Parietaal

Een blokkade parietaal geeft een neurologische prikkeling in het efferent systeem (musculair, vasculair, visceraal).

Visceraal

Het viscerale systeem geeft afferente info terug naar het parietaal systeem en naar het neurologisch en biomechanisch systeem.

Via de n. vagus (n.X) geeft het visceraal systeem afferente info naar het cranio- sacraal systeem. De n. vagus staat in nauw contact met het ganglion cervicale craniale en het OAA complex en heeft zo een duidelijke relatie met het cranio- sacraal systeem.

Cranio-sacraal

Het cranio- sacraal systeem wordt onder andere beïnvloedt door informatie vanuit het sacrum, de viscerale relaties, de schedel, OAA en de membranen.

Hypothese

Het is zeer belangrijk dat het lumbale en sacrale gedeelte goed mobiel is in verband met het goed onderbrengen van de achterhand onder de massa en de lengte buiging van het paard in de lumbale regio. Een paard dat goed zijn achterhand onder de massa kan brengen zal beter in balans lopen en minder de voorhand belasten.
Paarden met podotrochleitis lopen meestal met het gewicht voornamelijk op de voorhand en gebruiken te weinig het achterbeen. De achterhand wordt niet voldoende onder de massa geplaats en de paarden lopen niet meer in balans en hebben duidelijk ook problemen met buiging in het lichaam. De voorste keten wordt zwaarder belast.
Het is dan ook te verwachten dat bij paarden met podotrochleitis blokkades gevonden zullen worden in de lumbale wervelkolom, het sacrum, het midden van de paardenrug rond Th10, het diafragma, de laag cervicale wervelkolom en overgang naar de thoracale wervelkolom (plexus brachialis en het ganglion stellatum), het OAA complex, het hyoid en verhoogde spanning in de cervicale fascien en de fascien van het voorbeen.
Een van de grootste problemen bij het paard met podotrochleitis is, dat de voorwaartse bewegingsketen die van achter uit naar voren beweegt verstoord is.
Deze verstoring kan verschillende oorzaken hebben. Het kan komen door problemen in de regio van de plexus brachialis en ganglion stellatum en diafragma, het breekpunt rond Th10, maar ook vanuit de lumbale rug.
De problemen in de lumbale en sacrale wervelkolom kunnen primair zijn en bij langer bestaan een overbelasting aan de voorbenen in de hand werken en van invloed zijn op de ontwikkeling van podotrochleitis.
Het kunnen echter ook secundaire problemen zijn. Doordat het paard zijn (pijnlijke) voorbenen wil ontlasten en ze voor de massa plaatst, wordt de rug weggedrukt en wordt het voor het paard veel moeilijker de achterhand goed onder de massa te plaatsen.
Echter problemen in de voorste keten kunnen ook primair de oorzaak zijn, zoals bijvoorbeeld de plexus brachialis of het ganglium stellatum.
Hoe dan ook, binnen de osteopathie gaan we van het principe uit, “treat what you find”.
Een paard wat weer vrij door zijn rug kan bewegen en vrij is van blokkades, zal beter in balans lopen.
De beweging verloopt van achteren naar voor en het gewicht kan weer beter over de voor en achterhand verdeeld worden en is het gevaar van overbelasting van de voorbenen kleiner geworden.
De voorwaartse bewegingsketen van achteren- naar voor dient hersteld te worden.

De behandeling:

Het is belangrijk om cervico-thoracale overgang blokkade vrij te maken. In verband met invloed op het ganglion stellatum, de plexus brachialis en het diafragma. Met name de eerste rib goed controleren. De CTO is te behandelen via Jones en fasciale technieken.

Het diafragma is via een listening techniek goed te behandelen. Behandeling van het diafragma geeft een ontspanning in het gehele paard en is zodoende bij iets nerveuze paarden dan ook een prima behandel begin om het paard ook tot rust te krijgen en vertrouwen te geven.

De regio rond Th10 dient goed gecontroleerd te worden. Hier zijn met name actie-reactie krachten tussen de voor- en achterwaartse krachten binnen de paardenrug. Bij blokkades in deze regio is het niet mogelijk de beweging van achter uit naar voor door te geven.

De lumbale blokkades zijn via manipulaties gevolgd door Jones en fasciale technieken te behandelen. Het sacrum kan men ook via een listening techniek behandelen, of via een zachte compressie op de tuber sacralia (vooroverkanteling van het sacrum) of via de tail-pull.

Direct na het parietale gedeelte worden de viscera behandeld, in dit geval de nieren en de bekken organen. De viscera zullen meestal in de richting van het letsel trekken.

Ontspannende technieken voor de m.psoas, vaak is er ene hypertonus van de m. psoas aanwezig.

Om het hyoïd te kunnen behandelen is een voorwaarde dat het OAA complex vrij is in alle richtingen. Het OAA complex laat zich goed met Jones technieken behandelen of via een listening techniek. Het hyoid zelf wordt met zachte fasciaal technieken behandeld.

Ook om cranio- sacraal te kunnen behandelen dient het OAA complex vrij te zijn. Dit in verband met de relatie tot het SSB gewricht en het P.A.M.

Het hyoïd, cranio- sacraal systeem en OAA complex zijn ook zeer belangrijk voor het gemoed van het paard en de algehele toestand.

Verder zijn het zeer belangrijke systemen voor onder andere het para- en orthosympatisch zenuwstelsel en zo het gehele innerlijke systeem van het paard.

 

Terug naar lijst