International College for Research on Equine Osteopathy

 


HOME

HOT NEWS

ONZE GEGEVENS

LOCATIES

DATA

FOTO'S

VARIA

DOWNLOAD

EINDWERKEN

LINKS

 

 

EINDWERKEN

Nico Speksnijder :

Inspanningsgebonden Spieraandoeningen

           

In dit eindwerk heb ik geprobeerd om de veterinaire visie op de inspanningsgebonden spieraandoeningen naar een osteopathische om te zetten.

De beschouwing vanuit de veterinaire wereld om “alleen” op spierniveau de oorzaak te zoeken vond ik te beperkt. Vanuit de osteopathische visie heb ik gemeend mij te richten op verstoringen van de stofwisseling.

In het eindwerk worden derhalve structuren en regio's besproken die van groot belang zijn bij de behandeling van de inspanningsgebonden spieraandoeningen.

Volledigheidshalve zou het legitiem zijn geweest om het eindwerk te starten met een bespreking van het kauwstelsel en de invloed van de speekselklieren op de vertering van de spijsbrij in de mond. Immers, op dit niveau begint in feite de “stofwisseling”.

De speekselklieren betreffen drie glandulae n.l : de glandula parotis, de glandula submandibularis en de glandula sublingualis. Neurogene sturing van deze glandulae geschiedt door de n.Vagus, de n.Glossopharyngeus en de n.Facialis.

 

Gezien het belang van het stofwisselingsproces worden de volgende structuren en regio's besproken.

 

1. Het thyreoid

Deze klier speelt en voorname rol in het reguleren van het basaalmetabolisme. De thyreoidhormonen spelen een belangrijke rol in de koolhydraatstofwisseling en bij de opname ervan in het intestinale systeem, alsmede de opname van glucose door de spier.

Het thyreoid wordt vanuit de osteopathie beϊ nvloed via het hyoid . Middels fasciaal weefsel zijn deze structuren met elkaar verbonden.

Tevens heeft het hyoid de volgende osteopathische relaties met:

o         het O-A complex

o         het os temporale

o         het diafragma

o         de bovenste thoraxapertuur

Het thyreoid kan niet los worden gezien van de volgende viscera: de nier, de bijnier, de lever, het hart en als hormonale link met de hypofyse.

 

2. De nieren

Vanuit het gegeven dat de musculatuur van de achterhand predisponeert tot het ontstaan van een myopathie acht ik de invloed van de nieren in deze pathologie erg groot.

De onderstaande relaties kunnen worden gelegd met:

o         regio L1-L2

o         het diafragma

o         de vascularisatie naar de achterhand

o         het thyreiod

o         de plexus lumbalis

 

3. De bijnieren

Van belang is hier de hormonale relatie vanuit de glucocorticoϊ den en de mineralocortico ϊ den .

Tevens is er de volgende osteopathische link te leggen:

Bijnieren (cortisol) ->lever (glucose-stofwisseling) ->pancreas (insulineregulatie) ->nier (waterhuishouding) -> hypofyse (hormoonregulatie).

Regio: Th17-Th18.

 

4. Het diafragma

Het diafragma strekt zich uit van L1-L2 via costaal naar het sternum en heeft de volgende relaties:

o         met de respiratie; hier van belang in verband met de zuurstofverplaatsing en dus de zuurstofopname intra-musculair

 

o         neurogeen: de innervatie geschiedt door de n.Phrenicus en er is derhalve een relatie met de segmenten C5-C6-C7. Gezien de oorsprong van de plexus brachialis (C6-Th2) is er dan ook een link naar het functioneren van de voorhand, alsmede naar het ggl.stellatum via de mm.scaleni.

 

o         circulatoir via de relatie met de vena cava caudalis

 

o         met de lever: dit orgaan ligt als het ware tegen het diafragma aangeplakt

 

o         met div. musculatuur: de voornaamste relatie is er met de m. psoas maior et minor ->heup/pelvis -> functioneren achterhand. Andere myogene relaties liggen er met de m.obliquus int. et ext. En met de m.transversus abd.

 

 

5. De lever

Het spreekt voor zich dat de lever betrokken is bij het hele stofwisselingsproces en dus een rol speelt bij de inspanningsgebonden spieraandoeningen.

Een directe link naar “spiervervuiling” is de functie van de lever om melkzuur af te breken. Een deel van deze melkzuurafbraak geschiedt intra-musculair, maar de grootste concentratie wordt door de lever zelf afgebroken.

Vanuit de diverse functies van de lever is de betrokkenheid met andere viscera en regio's duidelijk.

Regio: Th8-Th13.

 

6. De pancreas

Verstoring van de mobiliteit in de regio van de pancreas (TH17-Th18) zal niet onwaarschijnlijk zijn in verband met zijn functie bij de spierstofwisseling.

Osteopathisch wordt disfunctie van de pancreas behandeld via beϊnvloeding van het duodenum. Het corpus van de pancreas is gelegen in de tweede curve van het duodenum. De te behandelen regio betreft de segmenten Th8-Th12.

 

7. Segmentale behandeling m.b.t. de motorische componenten

Volledigheidshalve worden de segmenten benoemd die van invloed kunnen zijn op de motorische componenten van de achterhandmusculatuur. Het zijn immers deze spieren die het meest worden getroffen.

Regio van de plexus lumbo-sacralis (L2-L6).

In het eindwerk wordt tevens aandacht geschonken aan de invloed van de factor stress .

Diverse onderzoeken hebben uitgewezen dat stress een beslissende factor kan zijn in het ontstaan van een myopathie. Binnen dit kader worden er relaties gelegd met:

o         de regio's van de sympathische ganglia's: het ggl.cervicale craniale, het ggl.stellatum en de totale sympathische grensstreng.

o         de diverse “diafragmata”: het diafragma sellae (hypofyse), regio van het O-A complex, bovenste thoraxapertuur en het respiratoire diafragma.

o         het cranio-sacraal systeem in relatie tot beheersing van het primair ademhalingsmechanisme (P.A.M).

o         de bijnieren; de gevolgen van een toegenomen activiteit van de sympathicus is een verhoging van de afgifte van catecholaminen (adrenaline en nor-adrenaline).

 

Bij het vervaardigen van dit eindwerk heb ik mij gerealiseerd dat het niet volledig kan zijn. Veel zal er nog onderzocht moeten worden. Het heeft mij echter wel veel duidelijkheid verschaft over de osteopathische keten-visie. Daarom aan het osteopathisch motto “treat what you find” mijn toevoeging: TREAT WITH VISION!

 

Terug naar lijst