International College for Research on Equine Osteopathy

 


HOME

HOT NEWS

ONZE GEGEVENS

LOCATIES

DATA

FOTO'S

VARIA

DOWNLOAD

EINDWERKEN

LINKS

 

 

EINDWERKEN

Paul Schreurs:

Thermoanalyse: een oriënterend onderzoek over de werking van osteopathie bij paarden

 

Inleiding
In de osteopathie wordt er veel waarde gehecht aan het zelfregulerend vermogen van het lichaam. Niet de osteopaat maar het lichaam geneest. De osteopaat helpt alleen het lichaam zijn natuurlijke evenwicht terug te vinden. De behandeltechnieken die gebruikt worden zijn zeer subtiel; van buitenaf is niet altijd waar te nemen dat er iets gebeurt.
De osteopaat zelf merkt aan de reakties van het paard dat er wel degelijk veel gebeurt. Mensen die zelf een behandeling hebben ondergaan hebben de werking ook zelf kunnen ervaren. Het objektief vaststellen van de therapeutische werking is echter bijzonder moeilijk en daardoor staan velen de osteopathie zeer sceptisch tegenover.
Een goede doorbloeding is een van de belangrijkste dingen voor een goede gezondheid. Een van de mogelijkheden om een stoornis in de doorbloeding vast te stellen is het met de hand aftasten van de hoefwand en de hoeven met elkaar te vergelijken. Een warmere hoefwand duidt op een betere doorbloeding een koudere op een slechtere doorbloeding.
Daar het temperatuurverschil ongeveer 1°C moet zijn om van onze handen geregistreerd te worden is deze methode niet erg gevoelig.
Met infrarood heeft men de temperatuur nauwkeuriger (~ 0.1°C) en objectiever kunnen meten. Afgezien van een nog steeds beperkte nauwkeurigheid en meetfouten is elke meting een momentopname. Daar een levend wezen zich echter vordurend aan zijn omgeving aan moet
passen verandert de temperatuur en doorbloeding voortdurend. Het is echter helemaal niet bekend hoe sterk en snel de temperatuur verandert en wat „normaal“ is.
De doorbloeding heeft te maken met de spanning op de bloedvaten die orthosympatisch geregeld word. Door het beinvloeden van de orthosympaticus, vooral via de wervelkolom, kan de osteopaat dus veel bereiken.
Ik wilde deze verandering in de doorbloeding van de hoef, veroorzaakt door een behandeling van de wervelkolom, objectief meten en daardoor helpen de osteopathie wetenschappelijk te onderbouwen.

De vraagstelling van het onderzoek
Is d.m.v. thermoanalyse aan te tonen dat een osteopatische behandeling van de wervelkolom in het bereik D 10 – L 6, invloed heeft op de doorbloedingsregulering van de achterbenen?
Voordat we met het onderzoek aan de slag kunnen gaan moeten we eerst even bij een paar osteopatische bedenkingen stil blijven staan. Bovendien moeten we de fysiologie die met de doorbloeding van de achterbenen te maken heeft bekijken.

 

Antwoord op de onderzoeksvraag
Dit is een orienterend onderzoek geweesd met al zijn beperkingen. Er zijn maar vijf paarden vergeleken, enige metingen ontbraken of waren niet bruikbaar. Bij het eerste paard (Illit) is het onderzoeksprotokol bovendien licht afwijkend geweesd. De uitkomsten van het onderzoek waren anders dan verwacht: een duidelijke verhoging van de temperatuur was niet algemeen
vast te stellen.
Het lijkt er sterk op dat we de qualiteit van de doorbloedingsregeling niet af kunnen meten aan absolute waarden in de vorm van meer of minder doorbloeding, maar veel meer naar het aangepast en adequaat reageren op verschillende belastingen van het regelsysteem.
Het blijkt dat we door middel van een vergelijkende temperatuuranalyse, de invloed die de orthosympaticotonus op de doorbloeding van de extremiteiten heeft, kunnen meten.
Bovendien hebben we nu, door de amplitude van de stapfrequentie in de FFT-analyse, een kriterium in de hand die metingen van verschillende paarden op verschillende tijden kwalitatief goed met elkaar laten vergelijken.
Dit orienterend onderzoek toont duidelijk aan dat een osteopatische behandeling van de wervelkolom in het bereik D10 – L6 invloed heeft op de doorbloedingsregeling van de achterbenen. Dit effect is zelfs na vele weken nog objectief meetbaar.

Besluit
Dit onderzoek vond ik bijzonder spannend. Het is alleen mogelijk geworden door de beschikbaarheid van een meetinstrument dat snel en nauwkeurig genoeg is om de vele veranderingen in de doorbloeding te kunnen meten, registreren en verwerken. Al tijdens de ontwikkeling van de meetapperatuur was te zien dat deze veranderingen bijzonder grillig waren en op alles mogelijke reageerden.
Daar de doorbloeding met meerdere biologische regelsystemen verbinding heeft, die alle uit meerdere componenten zijn opgebouwd, is het logisch dat er veel factoren zijn die de uiteindelijke reakties, zichtbaar als temperatuurveranderingen van de huid of hoef, bepalen.
Van al deze invloeden heb ik geprobeert de invloed van de orthosympaticotonus van de lage rug op de achterbenen zichtbaar en vergelijkbaar te maken.
Daar de onderzochte therapie maar een deel van een osteopatische behandeling is geweesd, was ik zeer verrast dat een positief effect van de behandeling ook nog vele weken later aantoonbaar was.
Verder onderzoek is nodig om de resultaten van dit eerste orienterende onderzoek te bevestigen. Het meetprotokol zou mijns inziens ook drastisch verkort kunnen worden. 5 Minuten in stap linksom en 5 minuten in stap rechtsom, beiden eenmaal vóór en eenmaal na een behandeling, zouden voldoende moeten zijn om dezelfde konklusies te kunnen trekken in
een vergelijkbaar onderzoek.
Met deze nieuwe methode de temperatuursveranderingen te meten en te analyseren, is misschien een enkele vraag opgelosd en zijn er vele bij gekomen. Van een volledige verklaring van het verloop van deze kurven ben ik nog ver verwijderd gebleven.
Ondanks alle beperkingen en tekortkomingen van dit onderzoek, hoop ik hiermee een bijdrage te hebben geleverd aan het bewijzen van de effectiviteit van osteopathie.

Terug naar lijst