International College for Research on Equine Osteopathy

 


HOME

HOT NEWS

ONZE GEGEVENS

LOCATIES

DATA

FOTO'S

VARIA

DOWNLOAD

EINDWERKEN

LINKS

 

 

EINDWERKEN

Elke Schevernels:

Het temporo-mandibulair gewricht bij de hond.

 

Samenvatting

 

Om het werk samen te vatten, volg ik in grote lijnen de inhoudstafel.

Ik begin dus met de botstukken van de schedel. Deze kunnen ingedeeld worden in het splanchnocranium en het neurocranium. De botstukken worden gescheiden door suturen en er is een kleine beweeglijkheid onderling mogelijk, die we het primair ademhalingsmechanisme noemen.

In teken van de relaties met het kaakgewricht, worden het os temporale, de maxilla, de mandibula en het os hyoïdeum besproken.

Het os temporale heeft de oorsprongsplaats voor de musculus masseter. Het botstuk maakt contact met het pariëtaal, occipitaal en frontaal bot en met het os zygomaticum en het sphenoïd. Het os temporale is de laterale begrenzer van de hersenen en neemt dus contact met de dura mater. Het os temporale vormt samen met de mandibula het temporomandibulair gewricht.

De maxilla vormt een groot deel van het harde gehemelte en de osseuse laterale zijkant van de neusgaten. De maxilla maakt contact met het os lacrimale, zygomaticum, ethmoïdale, nasale, vomer, incisivo en met het palatinum. Doorheen de maxilla loopt het nasolacrimale kanaal. De boventanden hebben hun wortels in dit botstuk.

De linker en rechter kant van de mandibula raken elkaar in het articulatio intermandibulare. Met het os temporale wordt het TMG gevormd, een synoviaal scharniergewricht. Doorheen de mandibula lopen er vier foramina voor venen, arteriën en zenuwen. De musculus temporalis en masseter vinden hierop hun aanhechting.

Het os hyoïdeum bestaat uit een basihyoïd en aan elke zijde een thyrohyoïd, een ceratohyoïd, een epihyoïd, een stylohyoïd en een tympanohyoïd. Er is een grote soepelheid door de opbouw van het apparaat. Het staat in rechtstreekse relatie met de mandibula, het os temporale, de tong, de larynx, de pharynx en de schildklier.

De verschillende gewrichten die belang hebben, zijn het temporomandibulair gewricht met de aanwezigheid van een discus articularis; het mandibulomaxillair gewricht, via de tanden; het intermandibulair gewricht in een symphyse en het articulatio temporohyoïdea door de processus styloïdeus en het stylohyoïd met de interpositie van het tympanohyoïd.

Er is slechts sprake van één lateraal ligament ter versteviging van het gewrichtkapsel van het TMG.

De kauwspieren zijn de musculus temporalis, masseter, pterygoïdeus lateralis en medialis, de musculus buccinator en de m. orbicularis oris om de kaak te sluiten. Enkel de m. digastricus opent de mond. Ook de spieren van het hyoïd, zijnde de m. sternohyoïdeus, thyrohyoïdeus, mylo- en geniohyoïdeus hebben hun belang bij de relaties van het kaakgewricht.

De aan- en afvoer van bloed wordt mogelijk gemaakt door de arteria carotis externa met al haar aftakkingen en de vena jugularis externa.

Het permanent gebit van de hond bestaat uit 42 tanden: aan weerszijden bovenaan en onderaan drie incisiven, één hoektand en vier premolaren. Bovenaan heeft de hond twee molaren en onderaan drie. De voorste incisiven bijten in een schuifbeweging over de onderste. De achterste tanden maken dragen, pletten en malen van voedsel mogelijk. Een foutieve beet heeft een grote invloed op het kaakgewricht.

Het kaakgewricht beweegt in een scharnierbeweging en een kleine protrusie is mogelijk als de mond volledig open is. De kauwspieren zorgen ervoor dat de tanden het voedsel kunnen nemen en vermalen en door de tongspieren glijdt de voedselbrok naar achter om de slikreflex te triggeren. De hond heeft een krachtige beet, ma ar heeft slechts één spier die de mond actief opent.

Ik beschrijf kort de belangrijke relaties die het kaakgewricht verder nog maakt met belangrijke structuren.

De nervus trigeminus, facialis, glossopharyngeus en hypoglossus zijn craniale zenuwen die in nauwe relatie staan tot het kaakgewricht.

De nervus trigeminus splitst in drie takken, waarvan de nervus maxillaris en de nervus mandibularis de belangrijkste zijn voor de kaak en zijn omgeving. Ze zorgen onder andere voor de motorische innervatie van de kauwspieren en de bezenuwing van de tanden. De eerste tak, de nervus ophtalmicus verklaart de relatie met de ogen.

De nervus facialis innerveert de expressieve musculatuur van het hoofd en zorgt parasympathisch voor de traan- en speekselklieren. Ter hoogte van het voorste 2/3 deel van de tong zorgt deze zenuw voor smaak en pijnprikkels.

De nervus glossopharyngeus geeft sensorische, motorische en sensibele vezels naar de tong, de keelholte, de gehoorgang en de speekselklieren.

De nervus hypoglossus innerveert sensorisch de tongspieren.

Het os temporale werd aan het begin al eens aangehaald, maar kent erg veel relaties in het lichaam. Het temporaal bot articuleert met de mandibula en het hyoïd en musculair bestaan de relaties met het sternum en het schoudergewricht heeft het temporaal bot relaties. Verder kunnen er fasciaal verbindingen beschreven worden naar de eerste halswervels, de diafragma’s, de spieren en de andere fasciae van het lichaam. Vergeten we ook de relatie met de dura mater en het tentorium cerebelli niet en met de interne en externe gehoorgang.

Het foramen jugulare wordt in verband gebracht met het kaakgewricht door de uittrede van belangrijke structuren voor de kaak, zoals de n. glossopharyngeus en een tak van de arteria carotis externa.

De speekselklieren zijn bij de kaak betrokken door hun ligging en nabijheid. De glandula mandibularis, parotis en sublingualis maken zelf ook weer vele andere relaties in het lichaam.

De musculaire verbinding met het sternum opent de deuren naar de diafragmae en de ribben.

Een laatste beschreven relatie is deze met het OAA. De venen en arteriën die de kaak bevloeien, moeten het OAA passeren. De zenuwen die vanuit de hersenen naar het ganglion stellatum en ganglion cervicale craniale gaan en terug naar de kaak komen, maken de relatie met het OAA duidelijk.

Door al deze relaties is het duidelijk dat problemen met het kaakgewricht aan de basis kunnen liggen van een heleboel andere problemen elders in het lichaam en omgekeerd. Ik haal achtereenvolgens oogproblemen, ademhalingsproblemen, heat stroke en schildklierproblemen aan.

 

 

 

 

Terug naar lijst