EINDWERKEN
Wilma Kooman:
Het os temporale bij het paard
Inleiding
Het valt mij op in de humane osteopathiepraktijk dat bij veel mensen een laesie van het os temporale wordt gevonden.
In 2004 heb ik meegewerkt aan een onderzoek van een collega over de frequentie van het voorkomen van laesies van het os temporale. In dit onderzoek uitgevoerd door diverse collega's werd vastgesteld dat laesies van het os temporale zeer frequent voorkomen.
Viola Fryman D.O. heeft een onderzoek gedaan naar het voorkomen van craniale letsels bij 1250 pasgeborenen. Bij 884 baby's werd een laesie van het os temporale gevonden. En deze kinderen hebben ”alleen” nog maar de intra- uteriene periode en de bevalling meegemaakt. Later in het leven kunnen we ook nog allemaal letsels oplopen.
W.G. Sutherland D.O. had de uitspraak “The temporal bone: Troublemaker in the head”.
Maar wat is het effect op het lichaam??
Met deze thesis wil ik middels een literatuurstudie onderzoeken wat een temporale laesie voor gevolgen kan hebben voor de rest van het lichaam van het paard. In de osteopathie bekijken we tenslotte de gehele mens of dier.
In deze thesis wordt eerst de anatomie van het os temporale beschreven. Vervolgens de relatie van het os temporale met het osseuze, musculaire, fasciale, neurologische, gehoor- en evenwicht, endocriene, viscerale en vasculaire systeem. Het cranio-sacraal mechanisme en de craniale laesies komen aan bod. Uiteindelijk wordt het effect van een temporale laesie op bovenstaande systemen besproken.
Osteopathische gevolgen bij mobiliteitsbeperking van het os temporale
1 Osteopathische relaties met osseuze structuren
Verminderde mobiliteit van het os temporale geeft ook beperking van de mobiliteit
Van andere craniale botstukken. Compressie van de twee pivot punten spheno-squamsa en condylo-quama-mastoid kan een restrictie van het gehele cranio-sacrale mechanisme geven.
Craniale flexie geeft een verwijden van de foramina in de schedel, extensie geeft een versmalling. Bij verminderde flexie mobiliteit is er dus een versmalling van de foramina wat gevolgen heeft voor de structuren die er doorheen lopen. (15)
Bij verminderde mobiliteit van het cranium is er via de core-link ook verlies van mobiliteit van het sacrum, OAA complex en C2 (C3).
Het sacrum heeft op zijn beurt weer relaties met beide os ilium, lumbale wervels
En met musculaire,neurogene en viscerale structuren.
Het os temporale heeft ook relaties met het os hyoid en de mandibula.
Verandering van mobiliteit van de mandibula kan verhoogde tonus geven van de daarop insererende spieren. Dit kan moeilijkheden geven met het kauwen met als gevolg dentale problemen.
Het hyoid is via het tympanohyoid verbonden met het os temporale. Het hyoid heeft via musculaire weg verbindingen met os occipitale, sternum, mandibula en schouder gewricht. Via fasciale weg ook met de processus transversus van de bovenste cervicale wervels en met de ala van de atlas.
Het OAA complex is van groot osteopathisch belang.
Ventraal van de atlas ligt het ganglion cervicale superior Het ganglion cervicale superior is verbonden met de dorsale boord van de arterie carotis interna. Er worden anastomosen gevormd met de n. glossopharyngeus, n. accesorius, n. vagus, n. hypoglossus en de eerste twee spinale zenuwen.
Vanuit het ganglion cervicale superior ontspringen takken voor de bezenuwing van het hoofd, zowel intern als extern.
- n. carotica interna
- n. carotica externa
- n. carotica interna
- rami hypofysialis
Reguleert de bevloeiing van de hypofyse.
- rami vascularis
Lopen naar de a. cerebri en verzorgen de doorbloeding rond de hersenen en
hersenstam. Storingen van OAA kan problemen geven van de doorbloeding
van de hersenen en hersenstam.
- rami choroïdea
Belangrijk voor het goed functioneren van de plexus choroïdea
- ramus jugularis
Door de ramus jugularis wordt het ortho- en para-sympathische systeem met elkaar verbonden. De n. Jugularis loopt naar het ganglion jugularis distale van de
n. vagus (zie ook blz.17.). Een storing van het OAA complex kan dus een
dysbalans geven van het ortho-parasympathisch systeem.
Naast deze takken zijn er nog andere takken die naar de ogen lopen, ganglion pterygopalatinum en naar het middenoor
n. carotica externa
- Takken gaan naar de externe zijde van de schedel en lopen met de a. carotis
communis mee en vormen de plexus carotis communis met takken uit de n.
vagus en n. glossopharyngeus
Het ganglion cervicale superior is met de ramus interganglionaire verbonden met het ganglion stellatum.(1)
2. Osteopathische relaties met de musculaire structuren
Verminderde mobiliteit van het os temporale geeft ook veranderingen van spanning op de daar aangehechte musculatuur. De musculatuur die aanhecht op het os temporale is reeds beschreven in hoofdstuk 2. Op het hyoid wat verbonden is met het os temporale hechten ook veel spieren aan, sommige met een zeer caudale oorsprong (zie voorgaande bladzijde). Via musculaire weg worden dus ook andere delen van het lichaam beïnvloed.
De musculatuur die voor de mobiliteit van het oor zorgen zijn ook belangrijk voor het horen zelf. Het paard is in staat om zijn oren te bewegen en zo naar het geluid toe te draaien
Bij cranio-sacrale problematiek is ook de musculatuur die aanhecht op het sacrum van belang.
Via aanhechting van de m. psoas minor op het sacrum is er een belangrijke relatie met de psoasgroep. Via de psoas groep kan er een link gelegd worden met het ademhalings diafragma, met de fascia thoraco-lumbalis, met de heup en daardoor met de achterste extremiteit en met de nieren, die door de m. psoas bedekt worden. Ook moet aan de rug musculatuur en aan de gluteale musculatuur gedachte worden.
Een craniale dysfunctie probleem kan dus voor problematiek in de achterste extremiteit zorgen.
3 Osteopathische relaties met de intracraniale en intraspinale membranen
De aanhechting van het tentorium cerebelli op het pars petrosa zorgt bij dysfunctie van het os temporale voor spanning op het tentorium cerebelli.
Samen met het tentorium cerebelli zullen ook de falx cerebri, falx cerebelli en het diafragma sellae volgen.
De uitredende craniale en spinale zenuwen worde door dura mater omgeven. Restricte van de dura mater beïnvloedt dus ook deze zenuwen.
4 Osteopathische relaties met neurologische structuren
Beperking van de mobiliteit van het os temporale kan spanning geven op het tentorium cerebelli. Gezien de aanhechting van het tentorium cerebelli op de crista partis petrosa van het os temporale. Verhoogde spanning op het tentorium cerebelli betekent tevens verhoogde spanning op de dura mater. Op het moment dat een zenuw door een opening in de schedel, de schedel verlaat moet deze door de dura mater. Verhoogde spanning op de dura mater kan volgens Magoun een entraptment geven (15)
Volgens Magoun kan de n. oculomotorius (N. III) en de n. trochlearis (N. IV) bij spanning van het voorste deel van het tentorium cerebelli bekneld raken. In de subarachnoidale ruimte, bedekt door de pia mater verloopt de n. oculomotorius en de n. trochlearis, deze doorboort het arachnoid en komt dan tussen het gefixeerde deel en het vrije boord van het tentorium cerebelli. De zenuwen gaan dan door de dura mater en komen te liggen aan de laterale zijde van de sinus cavernosus de n. oculomotorius boven de n. trochlearis. De n. oculomotorius verloopt verder naar anterior door de fissura orbitalis superior.
Volgens Viola Fryman D.O. kan door interne rotatie van het os temporale compressie komen op de n. oculomotorius bij passage tussen het vaste en vrije boord van het tentorium cerebelli maar ook te hoge spanning op het ligament petrosphenoidale kan compressie geven.
Interne rotatie van het os temporale duwt de ala major van het sphenoid naar mediaal waardoor er een verkleining van de fissura orbitalis superior optreedt. Door het laterale deel van de fissura orbitalis superior loopt de n. lacrimalis en de n. frontalis. Mediaal door de fissura orbitalis superior lopen de n. abducens, n. oculomotorius en de n. nasociliaris. (15,18)
Het ganglion van Gasser van de n. trigeminus ligt in een durale zak en kan dus ook onder spanning komen te staan.
De n. facialis en de n. vestibulocochlearis hebben door hun topografische ligging (zie blz.14,15.) al een directe relatie met het os temporale, bij dysfunctie van het os temporale zullen zij hier zeker gevolgen van hebben.
Het os temporale neemt deel aan het foramen jugulare. Dysfunctie van het os temporale kan een verkleining van de diameter van het foramen jugulare geven. Dit heeft gevolgen voor de n. IX, n. X en de n. XI en op de veneuze outflow door dit foramen. Gevolg hiervan is een verhoogde veneuze druk in de schedel en daardoor een verminderde resorptie van de liquor cerebro spinalis
Het sacrum is van neurologisch belang door middel van de plexus lumbo-sacralis.
De plexus lumbalis geeft de volgende zenuwen af;
n. iliohypogastricus
n. ilioinguinalis
n. genitofemoralis
n. cutaneus femoris lateralis
n. femoralis
n. obturatorius
De plexus sacralis geeft de volgende zenuwen af;
n. gluteus cranialis
n. gluteus caudalis
n. cutaneus femoris caudalis
n. ischiadicus
n. pudendus
n. rectalis caudalis
Het sacrale merg bevat para sympathische zenuw cellen, hiervandaan gaat de bezenuwing naar het rectum, blaas en voortplantingsorganen.
5 Osteopathische relaties met fasciale structuren
Dysfunctie van het os temporale zal spanning op de fascia's geven.
De fascia capitis superficialis met zijn aanhechting op de schedel wordt direct beïnvloed.
Van de fascia cervicalis staan met name de lamina pretrachialis en de lamina prevertebralis onder invloed van dysfunctie van het os temporale.
De lamina pretrachealis hecht aan op het os hyoid, omhult de infrahyoidale spieren, schildklier en de ventrale zijde van de trachea en oesophagus. Het caudale deel bedekt de scalenii en staat zo in contact met de ribben en bovenste thorax opening.
De lamina prevertebralis gaat in haar caudale deel over in de fascia endothoracica. (17)
De relatie met het ganglion stellatum, diafragma en pericard is via de fascia cervicalis aanwezig.
Deze lijn is nog verder door te trekken naar caudaal via de fascia thoracolumbalis, fascia iliaca, fascia transversa, tunica abdominis etc..
Het ganglion stellatum is een belangrijk ganglion uit de truncus symphaticus. Via de ramus interganglionaris is er contact met het ganglion cervicale superior. Het ganglion stellatum is gelegen aan de mediale zijde van de eerste rib. Het geeft voornamelijk nn. Cardiaci af.
C5-Th2 staan in nauw contact met het ganglion stellatum. Problemen ter hoogte van het diafragma, n. phrenicus, en ter hoogte van het voorbeen, plexus brachialis, kunnen dus verklaart worden via het ganglion stellatum.
6 Osteopathische relaties met het endocriene systeem
De hypothalamus ligt boven het dak van de derde ventrikel en wordt beinvloed door het P.A.M..
De hypofyse ligt in de sella turcica van het basis sphenoid. Door het P.A.M ontstaat er een pompwerking op de hypofyse. In de flexie fase wordt er via het diafragma sella druk uitgeoefend op de hypofyse. De pompwerking is essentieel voor de functie van de hypofyse Functioneert het P.A.M. niet goed dan kan het hypothalamus-hypfyse systeem ontregeld worden.
Het hyoid is via het thyrohyoid verbonden met de schildklier. De schildklier zorgt via thyroxine voor het basale metabolisme.
De hypofyse produceert TSH waardoor de schildklier meer thyroxine afgeeft. Is het thyroxine gehalte in het bloed hoog dan vermindert de productie van TSH.
De hypothalamus beïnvloedt de hypofyse als de hypothalamus TRH afgeeft wordt de productie van TSH hoger. Het TRH kan in twee vormen worden geproduceerd T3 en T4. Met name T4 wordt geproduceerd en kan dan in de weefsels omgezet worden tot T3. (4)
De bijschildkliertjes liggen tegen de caudale zijde van de schildklier en produceren het parathyroid hormoon wat de Ca2+ en de PO4 3 - ionen concentratie in het extracellulair vocht en in het bloed verzorgt.
7 Osteopathische relaties met het gehoor en evenwicht
De fluctuatie van de liquor cerebro spinalis geeft een beweging van de peri- en endo-lymfe in het oor. Is de frequentie van het P.A.M. verminderd dan is dit dus ook verminderd.
Bij veranderde mobiliteit van het os temporale zal er een veranderde spanning van het trommelvlies zijn. Staat het trommelvlies wat minder onder spanning dan zal er een vertraagd gehoor zijn. De geluiden komen vertraagd door.
Staat er veel spanning op het trommelvlies dan komen de geluiden harder en scherper door. Dit kan onaangenaam zijn en schrikreacties opwekken. ( 3)
Het paard richt zijn oren naar het geluid, bij dysfunctie van het os temporale kunnen de spieren die verantwoordelijk zijn voor deze bewegingen minder functioneren.
Het cartilagineuze deel van de buis van Eustachius hecht aan op het inferiore deel van het pars petrosa. Gefixeerde interne rotatie van het os temporale geeft gehele of gedeeltelijke blokkade van de buis voor schelle geluiden. Gefixeerde externe rotatie kan een ruis in het oor geven. (15)
Bij dysfunctie van het os temporale veranderen de stand van de halfcirkelige kanalen van het evenwichtsorgaan.. Er wordt een andere informatie naar de hersenen door gegeven over de stand en houdingsveranderingen van het hoofd.
Door het anders functioneren van de oogzenuwen (spanning op tentorium cerebelli) is ook het recht stellen van de blik of/en het focussen op een onderwerp bemoeilijkt wat nog een extra probleem voor het evenwicht is.
Bij zowel het gehoor als het evenwicht is de functie van de n. vestibulocochlearis van groot belang. Bij dysfunctie van het os temporale is de geleiding van prikkels via deze zenuw ook veranderd.
De stand van de twee binnenoren ten opzichte van elkaar is van belang voor de cerebrale verwerking van de gegevens.
8. Osteopatische relaties met het vasculaire systeem
Arterieel .
De a. carotica interna passeert door het foramen lacerum naar de schedel.
De a. carotica interna doorboort ter hoogte van de hypofyse de dura mater, spanning op de dura kan dus ook nog een belemmerende factor zijn voor een goede vascularisatie van de intracraniale structuren.
Temporaal letsel zal effect hebben op de sinus petrosus, sinus temporalis en de
sinus cavernosus.
Veneuze problemen ter hoogte van het foramen jugulare geeft compressie op de veneuze afvloed. Lagere frequentie van het P.A.M. geeft ook een verminderde veneuze drainage. Stuwing van het veneuze systeem geeft ook in verminderde opname van de liquor cerebro spinalis.
Dysfuncties van de schedel hebben mogelijk ook een directe invloed op het functioneren van de hersenen. Een mogelijke verklaring hiervoor wordt gegeven door de rol van het veneuze systeem. De hersenen hebben een uitgebreid veneus drainagesysteem. Een stuwing in het veneuze systeem heeft zowel invloed naar de schedelbotten als naar het hersenweefsel. De schedelbotten voelen hard, gestuwd aan. In het hersenweefsel kan een soort van stase ontstaan wat van invloed is op het functioneren van de hersenen. Er is dus een mogelijke relatie tussen de palpatoire veranderingen van de schedel en de onderliggende functiestoornissen van de hersenen.(18)
9 Osteopathische relaties met het viscerale systeem
Door blokkade van de n. vagus ter hoogte van het foramen jugulare zullen de buikorganen, spijsverterings organen en lever en nieren gevolgen ondervinden. Deze organen worden namelijk parasympatisch geïnnerveerd door de n. vagus.
De lever kan door het diafragma worden beïnvloedt ( n. phrenicus, ganglion stellatum). Verminderde mobiliteit van het diafragma heeft ook zijn effect op de lever.
Het rectum, blaas en genitale organen worden parasympathisch geïnnerveerd door de n. pelvici van het sacrum. De bijnieren worden alleen orthosympatisch geïnnerveerd.
Het is van belang voor een goed visceraal functioneren dat er een evenwicht is tussen het ortho- en para-sympathische systeem. Is er op jonge leeftijd al een verminderd parasympatisch functioneren dan zal de orthosympathicus minder krachtig uitrijpen, dit geldt ook omgekeerd. (3)
Het hele endocriene systeem speelt natuurlijk ook mee in het goed functioneren van de organen.
Besluit
Een laesie van het os temporale kan voor het gehele paardenlichaam grote gevolgen hebben. Het hele osseuze, musculaire, neurologische, fasciale, gehoor- en evenwicht en viscerale systeem kan beïnvloed worden.
Dit zal in eerste instantie niet bij een acuut probleem, in een gezond lichaam gebeuren. Het lichaam heeft dan nog voldoende mogelijkheden om bepaalde problemen te compenseren. Bij een langer bestaande laesie zal er zeker op meerdere systemen een uitwerking zijn. Als een bepaald systeem door andere factoren bijvoorbeeld operatie, trauma of ziekte al onder stress staat dan kan een letsel van het os temporale voor nog meer problematiek zorgen.
Ook symptomen die we in eerste instantie niet gelijk met een laesie van het os temporale in verband brengen, kunnen toch door een laesie van het os temporale veroorzaakt worden, of in stand worden gehouden indien het os temporale niet gecorrigeerd wordt.
In het kort zal ik enkele symptomen toelichten waar een laesie van het os temporale op van invloed kan zijn.
Koliek
Os temporale in relatie tot n. vagus.
Voorbeen problematiek
Os temporale in relatie met musculatuur en ganglion stellatum.
Hengstigheidsproblemen
Os temporale in relatie met endocriene systeem.
Schrikkerig gedrag
Niet goed binnenkomen van geluid, of geluiden als hard en onprettig ervaren.
Chagrijnig / onvriendelijk
Hoofdpijn ten gevolge van veneuze stuwing door verminderde afvloed via de v. jugulaire.
Onvoldoende coördinatie van bewegingen
Voor het harmonisch en optimaal verlopen van bewegingen spelen fascia's een belangrijke rol.
Verminderde oogmotoriek
Spanning op tentorium cerebelli, geeft stress op de daardoor passerende oogzenuwen.
Zo kunnen er nog tientallen symptomen opgenoemd worden waarbij we in eerste instantie niet gelijk aan problematiek van het os temporale zullen denken. Ook in de anamnese hoeft dit er niet uit te komen.
Het blijft dus belangrijk dat we ons vasthouden aan het principe “treat what you find”. Achter een enkel symptoom kunnen heel wat oorzaken schuilgaan.
Terug naar lijst