EINDWERKEN
Koen Buytaert :
De anatomie van de pijn bij vertebraten en meer specifiek bij paarden.
Blokkeringen veroorzaken pijn
Laesie van de capsuloligamentaire structuren veroorzaakt een gestoorde gewrichtsperceptie door onderbreking van de afferente informatiestroom.
Er bestaat ook een fasciliterende werking van de mechanoreceptoren op de over het gewricht verlopende spieren.
Type IV geeft aanleiding tot défence musculaire ter voorkoming van verder schade.
Langdurige nocisensorische prikkeling kan de sympatische activiteit langdurig verhogen.
Oorzaken van blokkage : : (Dvorak.)
- Ongecoordineerde bewegingen.
- Trauma
- Musculaire dysbalans.
- Acute en chronische overbelasting van de wervelkolom.
- Osteoligamentaire insufficiëntie.
- Arthrotische en degeneratieve toestand.
Gespannen spieren leiden tot gewrichtsspanning en pijn. Daardoor ontstaat er kapselspanning met als gevolg een verkeerde positie en houding.
De pijn door een gewrichtsdysfunctie is positioneel georiënteerd. De objectieve factoren vindt men niet in de weefsels die uitgerokken zijn maar wel in de antagonisten ervan.
Bij een gewrichtsdisfunctie begint de wanorde bij de zenuwuiteinden.
Blokkade van een gewricht : II en III afferenten. ( Kapselreceptoren.) worden niet meer geprikkeld zodat er een desinhibitie van het IV systeem ontstaat. Daardoor ontstaat er pijn met verhoging van de animale en sympatische basistonus.
Orthosympatische basistonus verhoogd geeft verhoogde tonus van de precapillaire sfincters. Dit geeft op z'n beurt een daling van de efectieve doorbloeding. (locaal)
Langdurige verhoogde orthosympatische activiteit heeft invloed op de spieren:
1. Hypertonus. In de a-selectieve fase van het CZS is de formatio reticularis verhoogd actief. Dit geeft verhoogde activiteit van de interneuronen in lamina VII van het ruggemerg. Deze neuronen synapteren op de motorneuronen in lamina IX van het ruggemerg. Dus niet geblokkerde nocisensorische afferentie zal de activitiet van de preganglionaire neuronen in de zijhoorn van het ruggemerg doen toenemen en een mogelijk tonusverhogend effect hebben op de segmentale,dwarsgestreepte musculatuur.
2. Er ontstaat een vermindering van de effectieve circulatie. Het orthosympatisch zenuwstelsel is te actief. We krijgen vermoeidheid en pijn door verminderde doorbloeding in de spier.
3. Er ontstaat een verandering in het spierbindweefsel. De metabole functie van het bindweefsel is verstoord. De grondsubstantie neemt af en de samenstelling verandert. De viscositeit daalt. Er worden gesynthetiseerde vezels (CROSS-links.) gebouwd.
4. Verhoogde gevoeligheid van de sensoren. De drempelwaarde van de sensoren binnen de dwarsgestreepte spieren wordt lager bij segmentaal verhoogde activiteit in het orthosympatische zenuwstelsel. De drukgevoeligheid van de paccini zenuwuiteinden verhoogd.
Zenuwuiteinden van paccini zijn het hoogst geconcentreerd in de pees en in de neuromusculaire hilus.(Triggerpoint).
Animale basistonusverandering geeft toename van de gamma-activiteit.
Tonusstijging van de betrokken spier geeft verhoogde sensorgevoeligheid van de spierspoel. De elasticiteit in het bindweefsel in de spier is verminderd.
Dit geeft verhoogde sympathische reflexactiviteit en ontstaan van een tendomyose. De oorsprongcellen van het orthosympatische deel van het vegetatieve zenuwstelsel zijn in de zijhoorn van het thoracale en lumbale ruggemerg gelegen.
In de mediale kolom vinden we spinale oorsprongsegmenten van de preganglionaire neuronen die na schakeling bij de grensstreng van belang zijn voor de vegetatieve huishouding van de oorsprongsegmenten.
In de laterale kolom krijgen we vezels met een spinale oorsprong van de preganglionaire neuronen die van belang zijn voor de vegetatieve huishouding van de rest van het bewegingsapparaat.
nb. :Lateraal van de spinale oorsprongplaats van het sympathisch zenuwstelsel projecteert zich de kolom van de motore voorhoorncellen. De spiertonus verhoogt.
A- Zones van de preganglionnaire neuronen verlaten via de voorwortel en de spinale zenuw het wervelkanaal. Via de rami communicans alba vervolgen zij hun weg naar de paravertebrale grensstreng. Ganglia trunci sympatici zijn segmentaal geordend in thoracale en minder in lumbale en sacrale.
In Ganglion trunci sympatici :
1. synaps in ganglion van hetzelfde niveau.
2. synaps in ganglion hoorn in de paravertebrale ganglia
3. synaps in ganglion lager dan de grensstreng.
Soms liggen ze niet in paravertebrale ganglia doch in de wanden van de grote bloedvaten, waarna de postganglionaire neuronen een perivasaal netwerk vormen, dat met de bloedvaten mee naar de periferie verloopt.
Ook voor de viscerale organen is de synaptering op het postganglionaire neuron, meestal niet in de paravertebrale ganglia doch in de prevertebrale ganglia:
-ganglion coeliacus
-ganglion mesentericum superius.
-ganglion mesentericum inferius.
Via de rami communicantes grisei voegen de axonen van de postganglionaire neuronen zich bij alle spinale zenuwen en lopen met de vertakking hierna mee.
-rami ventralis
-rami dorsalis
-n. recurrens of ramus meningeus.
Daling van de effectieve doorbloeding samen met hypertonie geeft aanleiding tot een Triggerpoint.
Ook krijgen we hyperesthesie, pyloerectie, daling van de elasticiteit van het bindweefsel en lichte krachtsvermindering.
Prikkeling van II en III vezels gaan de prikkeling van de IV vezels onderdrukken. De I afferenten hebben geen invloed op de inhibitie van het IV systeem. Inhibitie van de pijn geeft een daling van de orthosympatische basistonus. De precapillaire sfincters gaan open en de effectieve doorbloeding stijgt.
Door de pijnvermindering gaat de gamma-activiteit en de tonus dalen, , Triggerpoint verdwijnt en de mobiliteit verbetert.
Behandeling :
- Fine-Tuning geeft fasciale correctie.
- Verplaatsing in de richting van het letsel.
- Kapselreceptoren worden opgezocht en geprikkeld.
- Op het einde van deze fasciale fase hebben we een Still point.
- Daarna release-decoadaptatie van het gewricht
Besluit :
Beschrijven van de volledige anatomie is onbegonnen werk.
Het doel van dit werk was een duidelijk overzicht trachten te geven van hoe een pijnstimulus zich voortgeleid door het hele lichaam.
De moeilijkste opdracht was dan ook zo beknopt mogelijk te zijn en toch één en ander duidelijk te maken hoe de pijngeleiding te werk gaat.
Door dit werk te maken en ook door de confrontatie met de literatuur ben ik me bewust geworden dat deze materie heel interessant is.
De opdracht zal dan ook zijn om in mijn verdere loopbaan nog veel literatuur door te nemen.
Hopelijk brengt deze scriptie een beetje meer duidelijkheid.