International College for Research on Equine Osteopathy

 


HOME

HOT NEWS

ONZE GEGEVENS

LOCATIES

DATA

FOTO'S

VARIA

DOWNLOAD

EINDWERKEN

LINKS

 

 

EINDWERKEN

Martine Burgers:

Tongproblemen bij het rijpaard

 

Inleiding:

De FEl (Fédération Equestre Internationale) stelt als doel van de dressuur: 'The object of dressage is the development of the horse into a happy athlete throUgh harmonious education. As aresult it makes the horse supple, loose and flexible, but also confident, attentive and keen, thus achieving perfect understanding with his rider.' Om tot dit resultaat te komen vemeldt de FEl een aantal kenmerken waarop de harmonieuze samenwerking tot uiting komt. Een van deze kenmerken is het accepteren van het bit zonder verzet of spanning. Over het accepteren van het bit schrijft de FEl het volgende: 'Pulling out the tongue, keeping it above the bit or drawing it up all together (. ) are mostly signs of nervousness, tenseness or resistence on the part of the horse and must be taken into account by the judges in their marks for the movement concerned as well as in the collective mark for submission.' Paarden die op wedstrijden een tongprobleem vertonen, zullen hiervoor dus afgestraft worden in het totale puntenaantal.
Als instructrice en wedstrijdamazone kom ik met enige regelmaat paarden tegen die tijdens het rijden de tong buiten de mond hangen. Zelfheb ik een aantal jaar geleden ook zo'n paard gereden, zodoende weet ik hoe frustrerend het kan zijn om met zo'n paard te rijden.
Vanuit de klassieke rijkunst zijn er een aantal 'trucjes' die je toe kunt passen om te zorgen dat het paard zijn tong binnenboord houdt. Dit zijn echter niet altijd even zachtzinnige oplossingen en bovendien nemen ze de oorzaak van de tongproblemen niet weg. Ik ben erg benieuwd hoeveel resultaat je bij dit soort paarden kunt bereiken met osteopathie.
Deze thesis kan grofweg in drie delen worden opgesplitst. Het eerste deel bestaat uit de theoretische/anatomische achtergrond van tongproblemen. Hierbij heb ik uiteen gezet welke structuren in het paardenlichaam betrokken kunnen zijn op het moment dat zich er bij het paard tongproblemen manifesteren.
Het tweede deel van de thesis behandelt de mogelijke oorzaken van tongproblemen vanuit de klassieke (=Engelse) rijkunst. Dit deel is opgenomen om osteopaten die zelf niet of nauwelijks rijden de kennis mee te geven om tijdens de behandeling verder te kunnen kijken dan het paardenlichaam alleen.
Het derde deel van deze thesis bestaat uit een hoofdstuk casuïstiek waarvoor een aantal paarden met tongproblemen door mij zijn behandeld.

 

Osteopatische relaties


Door verkeerde optoming of een verkeerde manier van rijden kunnen verschillende oorzaak- gevolgketens ontstaan die uiteindelijk tongproblemen als gevolg kunnen hebben.
Een paard dat gereden wordt met een te dik bit zal zijn mond niet volledig kunnen sluiten. Dit heeft tot gevolg dat er tijdens het rijden continue spanning zal zijn rond het articulatio temporo-mandibularis. Gezien de verbindingen vanuit het art. temporo-mandibularis met onder andere het os hyoideum en het OAA-complex zal dit een verhoogde spanning geven in de totale regio. Het paard kan deze spanning uiten door slecht nageeflijk te zijn, sterk te worden in zijn mond of door onrustig te worden met zijn hoofd en/of tong.
Bij een ruiter met een te onrustige hand zal het paard zichzelf willen beschermen door het bit vast te pakken. Hij zal dit doen door middel van het aanspannen van de m. temporalis, de m. masseter en de m. pterygoideus medialis. Hierdoor blijft het art. temporo-mandibularis gesloten. Het continue aangespannen houden van de kauwspieren zal er ook voor zorgen dat de overige spieren in die regio ook zullen aanspannen (alle infra-hyoidale, hyoidale en keelspieren). Het continue bezig zijn van het paard met het voorkomen pijn te voel een kan het paard in een stadium brengen van verhoogde orthosympatische activiteit (fightlflight reactie). Door de verhoogde orthosympatische activiteit zal, via gamma-stimulatie, ook de spanning van de verschillende fasciae toenemen (fascia superflcialis, prevertebralis, pretrachealis en de carotis schede). Hierdoor raakt het paard in een vicieuze cirkel van teveel spanning in de regio van kaakgewricht-os hyiodeum-OAA. Het gevolg hiervan zal een slecht functioneren van deze regio zijn, hetgeen bij het paard tijdens het rijden kan zorgen voor gedrag als slecht nageeflijk zijn, zwaar op de hand of onrustig zijn met de tong en/of hoofd.
Bij paarden die op een stang en trens hoofdstel gereden worden, speelt de vorm van de stang ook nog mee. Aangezien een stang is opgebouwd uit een boven- en onderboom vindt er een kantelwerking plaats als de ruiter contact neemt op de teugel. Tijdens de kanteling van de stang wordt er niet alleen druk uitgeoefend op de tong, de lagen en de kin van het paard, maar ook op het OAA complex. Hoe langer de bovenboom is ten opzichte van de onderboom hoe groter de druk achter de oren zal zijn als er contact genomen wordt op de stangteugel. Aangezien het kopstuk van het hoofdstel rust op de 1 e halswervel, wordt de 1 e halswervel dan relatief naar ventraal geduwd. Hierdoor kunnen de trekkrachten in de regio van het OAA veranderen, waaruit weer problemen kunnen ontstaan richting os temporale, art. temporo- mandibulare, hyoid etc.

Besluit

Voor deze thesis zijn negen paarden met tongproblemen behandeld. Van de negen paarden die behandeld zijn, zijn er acht in positieve zin veranderd. Ondanks dat het aantal van slechts negen paarden te klein is om er (wetenschappelijke) conclusies uit te trekken, laat het wel zien dat tongproblemen positief te beïnvloeden zijn middels osteopathie. Er is duidelijk naar voren gekomen dat tongproblemen geen (zuiver) rij technische problemen zijn en dat de oplossing dus ook niet altijd (alleen) in deze hoek gezocht moet worden.
Om de tongproblemen volledig te kunnen laten verdwijnen zal aan meerdere factoren voldaan moet worden. Zo zal ten eerste het paard fysiek goed in orde moeten zijn, dit betekent dat het paard blokkade vrij moet zijn. Daarnaast zal hij op een correcte manier opgetoomd en gereden moeten worden. Het harnachement en de ruiter moeten het paard niet in de weg zitten. Als derde zal ook de mentale toestand van het paard goed moeten zijn. Dit betekent dat hij normaal om kan gaan met stress en spanning.
Deze drie factoren hebben een continue wisselwerking op elkaar, ze beïnvloeden elkaar zowel in positieve als in negatieve zin. Om als osteopaat een optimaal resultaat neer te kunnen zetten is het dus zeker van belang ook oog te hebben voor de factoren die op het eerste gezicht buiten de behandeling vallen.
Ik denk dat er een dankbare taak voor instructeurs is weggelegd door te leren herkennen welke problemen die zich tijdens het rijden voordoen rijtechnisch oplosbaar zijn en welke problemen een fysieke oorzaak hebben. Het vroegtijdig herkennen van fysieke problemen bij het paard betekent dat ze in een vroeg stadium kunnen worden opgelost. Dit voorkomt frustraties bij zowel ruiter als paard en zorgt ervoor dat beide plezier in het rijden houden. De FEl spreekt de laatste tijd veel over 'the happy atWete'. Hiermee wordt bedoeld dat het paard plezier uitstraalt in het werk en het werk schijnbaar zonder moeite kan uitvoeren. Een paard is echter niet in staat zijn werk met plezier uit te voeren als hij pijn in zijn lichaam heeft. Waarschijnlijk zou het een waardevolle aanvulling zijn op de instructeursopleiding om (meer) stil te staan bij de gevolgen van fysieke problemen op de sportprestaties van het paard.
Een vraag die nog open blijft staan na het schrijven van deze thesis, is in hoeverre paarden tongproblemen vertonen vanuit gewoonte. Zou het kunnen zijn dan het uit de mond laten hangen van de tong aangeleerd gedrag kan zijn? Bij twee paarden die behandeld zijn kwam
dit naar voren. Nazca vertoont het tongprobleem alleen als hij ontspannen is en bij Notime is het tongprobleem na de behandeling verschoven. Eerder deed hij zijn tong eruit als hij gespannen was, na drie behandelingen vertoont hij het tongprobleem in veel mindere mate en alleen als hij ontspannen is. Er zijn theorieën die er van uitgaan dat paarden alleen bepaald gedrag vertonen vanuit een bepaalde behoefte. Zo wordt bijvoorbeeld de relatie gelegd tussen luchtzuigen en een overmatige aanmaak van maagzuur. Maar waar heeft het paard behoefte aan als hij zijn tong uit de mond laat hangen? In het geval van tongproblemen is het waarschijnlijker dat er niet zozeer een behoefte aan ten grondslag ligt, maar dat het een reactie is op een lichamelijk ongemak. Wordt het lichamelijke ongemak verholpen dan blijft bij sommige paarden de gewoonte om de tong uit de mond te laten hangen bestaan

 

Terug naar lijst