terug
3.1.7 Proefdier 7: Paride
Als voorbeeld worden hier de onderzoeksresultaten van één van de proefdieren weergegeven. De keuze voor dit paard is volledig willekeurig gebeurd.
3.1.7.1 Hoeken in het XY-vlak

Grafiek 1: P7 hoek alpha XY-vlak
|
Voor behandeling |
Na behandeling |
5 weken na behandeling |
Min |
-4,384293° |
-4,949741° |
-6,185387° |
max |
4,656662° |
7,173052° |
7,978532° |
verschil tss min en max |
9,040955° |
12,122793° |
14,163919° |
Tabel 2: hoeken in graden (°) XY-vlak P7
Deze grafiek toont het verloop in de waarden van de hoek alpha VB, NB en NB2 van het proefdier Paride. Dit zijn de hoeken in het frontale vlak of de hoeken tussen de tuber coxae vanuit achteraanzicht.
De tabel bevat de minimum en maximum hoek en het verschil tussen deze minimum en maximum hoek.
Voor de behandeling is er een kleine amplitude van de hoeken te zien in de grafiek (gele lijn). Vijf weken na de behandeling is er echter duidelijk een grotere en meer regelmatigere amplitude te zien (blauwe lijn).
In de tabel is het verschil tussen de minimum en maximum hoek groter na de behandeling (12,1°) dan voor de behandeling (9,0°). Vijf weken na de behandeling is er een nog groter verschil waar te nemen (14,1°).
3.1.7.2 Hoeken in het YZ-vlak

Grafiek 2: P7 hoek beta YZ-vlak
|
Voor behandeling |
Na behandeling |
5 weken na behandeling |
min |
-88,821098° |
-81,555984° |
-89,553261° |
max |
-84,179115° |
-74,668686° |
-78,723511° |
verschil tss min en max |
4,641983° |
6,887298° |
10,82975° |
Tabel 3: hoeken in graden (°) YZ-vlak P7
Deze grafiek vertoont het verloop in de waarden van de hoek beta VB, NB en NB2 van het proefdier Paride. Dit zijn de hoeken in het horizontale vlak of de hoeken tussen de tuber coxae vanuit bovenaanzicht.
De tabel bevat de minimum en maximum hoek en het verschil tussen deze minimum en maximum hoek.
Voor de behandeling is er een zeer onregelmatige amplitude van de hoeken te zien in de grafiek (gele lijn). Na de behandeling is er duidelijk een vloeiender lijn in de hoeken (roze lijn). Vijf weken na de behandeling is de amplitude groter en regelmatiger (blauwe lijn).
In de tabel is het verschil tussen de minimum en maximum hoek groter na de behandeling (6,9°) dan voor de behandeling (4,6°). Vijf weken na de behandeling is er een nog groter verschil waar te nemen (10,8°).
3.1.7.3 Besluit
Uit zowel de tabel als de grafiek - in het XY-vlak (vanuit achteraanzicht) en in het YZ-vlak (vanuit bovenaanzicht) - kan besloten worden dat de beweeglijkheid groter is in de lumbale wervelzuil na de behandeling en nog iets groter vijf weken na de behandeling. De rotatie van het bekken is groter en meer symmetrisch vijf weken na de behandeling.
3.2 Kwalitatieve analyse
Voor de kwalitatieve analyse werd het programma Dartfish gebruikt. Bij de verwerking van de beelden bleek het niet haalbaar om de beelden ‘voor behandeling’ en ‘na behandeling’ over elkaar te plakken en te kijken waar het verschil in beweeglijkheid zat. Hoewel de snelheid op de loopband steeds gelijk was aan de voorafgaande testsessie van elk proefdier, was het zeer moeilijk om de beelden van de proefdieren over elkaar te leggen. Als eerste reden kan de zijwaartse beweging van de proefdieren tijdens het stappen genoemd worden. De tweede reden was het juiste tijdsframe en de inzet van de beweging te bepalen om de beelden over elkaar te plakken.
Toch werd het programma wel gebruikt om de beelden van de proefdieren ‘voor behandeling’, ‘30’ na behandeling’ en ‘5 weken na behandeling’ naast elkaar te bekijken en zo een analyse te maken. Er was telkens een bovenaanzicht en een achteraanzicht van de proefdieren om te vergelijken.
Voor Proefdier 7: Paride
Voor de behandeling daalt de rechter tuber coxae niet bij het stappen. Proefdier 7 houdt de rechterzijde stijf bij het stappen.
Na de behandeling is er heel weinig verschil met voor de behandeling. Er is nog altijd meer beweging in de linkerzijde van het bekken. Proefdier 7 loopt nog steeds met het bekken naar omhoog.
Vijf weken na de behandeling loopt proefdier 7 veel minder met het bekken naar omhoog. Er is een symmetrische beweging van de tuber coxae links en rechts. Ook zijn de bewegingen in de lumbale wervelzuil ruimer tijdens stap. De bewegingen zijn veel beter en meer gecontroleerd dan voor behandeling maar het kan nog beter. Proefdier 7 sluipt nog steeds op de loopband en het lijkt alsof ze wegschuift.
3.3 Subjectieve analyse
3.3.7 Proefdier 7: Paride
Paride heeft na de behandeling een volledige week rust gekregen. Na die week werd er de 2e week vooral veel longeerwerk gedaan. Verder werd ze 3 tot 4 maal per week bereden aan de lange teugel of gewandeld. Paride is na de behandeling veel levendiger in de piste. Je kan ze ook beter kordaat houden.
Bij de osteopathische controle van Paride vinden we nog een licht gevoelige zone ter hoogte van de lumbale wervelzuil. Verder zijn er geen problemen meer.
Score volgens de ruiter voor de behandeling: 6/10.
Score volgens de ruiter na de behandeling: 8/10.