International College for Research on Equine Osteopathy

terug

 

2.2 Voorbereiding

De proefopzet had plaats op een loopband. Deze loopband was opgesteld in de dierenkliniek van de Universiteit Gent (Merelbeke) en er waren enkele stallen aan verbonden.

De proefdieren hadden nog nooit op een loopband gestaan; daarom werd er geopteerd om de proefdieren vooraf een kwartier te laten stappen op de loopband bij wijze van gewenning. Zo konden de paarden ook hun normale stappatroon aannemen.

Nadat de proefdieren kennis gemaakt hadden met de loopband, werden merktekens op de proefdieren aangebracht. Deze werden aangebracht ter hoogte van de tuber coxae en de tuber sacrale met een oranje kleurstof.

2.3 Opnames

De procedure bestond uit twee testdagen en drie testsessies.

Tussen de twee testdagen was er een tijdsspanne van 5 weken.

Op testdag 1 werden de proefdieren twee maal geanalyseerd op de loopband tijdens stap. Er was een eerste beeldanalyse tijdens stap (testsessie 1). Vervolgens werden de paarden behandeld. Er werd een half uur gewacht waarna de proefdieren opnieuw een beeldanalyse ondergingen op de loopband tijdens stap (testsessie 2).

Tussen testdag 1 en testdag 2 werd 5 weken gewacht. Op testdag 2 werd nog een beeldanalyse gemaakt van de proefdieren tijdens stap (testsessie 3).

Er werd zoveel mogelijk gestreefd naar een identiek kader voor de eerste en de tweede sessiedag zodat de paarden een minimum aan stress ondervonden.

 

2.4 Opstelling

Er werden ‘fixed points’ aangebracht op de zijkanten van de loopband. Dit zijn merktekens die gedurende de calibratie en de opnames steeds in beeld moeten zijn. Deze merktekens kunnen voor elke camera verschillende markers zijn. De markers dienen als referentie wanneer de camera toch zou bewegen. Als merkteken werd een stuk zwarte tape met witte tape erboven gebruikt.

Om een optimaal beeld te verkrijgen, werden er extra lichten bijgeplaatst langs beide zijden van de loopband.

De camera voor het achteraanzicht werd in de as van de loopband opgesteld. Deze camera werd via een coaxkabel verbonden met de videorecorder die de beelden registreerde.

De camera voor het bovenaanzicht werd boven de loopband opgesteld. Deze werd bevestigd op een verticale constructie in de lucht zodat de camera loodrecht op de loopband en op de lumbaalzuil stond. Ook deze camera werd via een coaxkabel aangesloten op een tweede videorecorder om de beelden te registeren.

Beide recorders waren aangesloten op een monitor. Zo konden de beelden gecontroleerd worden tijdens de opnames.

 

2.5 Bewerking resultaten en statistische analyse

Via het programma Dartfish en SIMI Motion werden de videobeelden geanalyseerd, achtereenvolgens kwalitatief en kwantitatief. Vervolgens werd voor elk proefdier apart gekeken of er een significant verschil was voor en na behandeling. Elk van de testsessies werd bekeken en verwerkt. Tenslotte werden de proefdieren subjectief beoordeeld.

 

2.5.1 Kwalitatieve analyse

De kwalitatieve analyse werd gemaakt via het programma Dartfish. Hiermee kunnen beelden verwerkt, gemeten en vergeleken worden in 2D.

De beelden op de videobanden werden eerst gedigitaliseerd. Vervolgens werden de beelden binnengebracht via het programma Dartfish om ze verder te analyseren.

 

2.5.2 Kwantitatieve analyse

De kwantitatieve analyse werd gemaakt via het programma SIMI Motion. Hiermee kunnen beelden verwerkt en bewegingen uitgebreid geanalyseerd worden in 3D.

De beelden op de videobanden werden eerst gedigitaliseerd. Vervolgens werden de beelden binnengebracht via het programma Dartfish om ze verder te analyseren. Vanuit Dartfish werden de beelden ingekort om deze binnen te kunnen brengen in het programma SIMI Motion.

Via het programma SIMI Motion kunnen 3D-beelden verwerkt worden. Allereerst moet er een specificatie bepaald worden. Vervolgens worden de camera’s opgesteld en worden de camera’s gecalibreerd. De calibratiekubus wordt geanalyseerd in SIMI Motion. Hierna worden de coördinaten van de beelden, opgenomen via de camera’s (achteraanzicht en bovenaanzicht), in 3D gebracht.

De coördinaten worden uiteindelijk berekend in 3D via het programma SIMI Motion door op elk frame van de beelden manueel punten te plaatsen op de beide tuber coxae en op het midden van de wervelzuil ter hoogte van de tuber sacrale. Nadat dit alles gebeurd is, kunnen er verbanden gelegd worden om de gegevens te interpreteren.

Via de gelegde verbanden van het programma SIMI Motion werden de hoeken berekend in Excel via driehoeksmeting voor zowel de hoeken (α) in het XY-vlak (achteraanzicht camera) als voor de hoeken (β) in het YZ-vlak (bovenaanzicht camera).

 

 

2.5.3 Subjectieve analyse

De subjectieve analyse werd bekomen door bevraging van de eigenaars/ruiters van het proefdier. Er werd gevraagd naar de algemene evolutie van het paard: welzijn, omgang, disciplinegericht, rijtechnische moeilijkheden,… Vervolgens werd er ook gevraagd naar een algemene beoordeling voor en na behandeling. De eigenaars/ruiters dienden een cijfer te geven van 1 tot en met 10, voor en na behandeling.

 

 

3. Resultaten

 

3.1 Kwantitatieve analyse

Voor de kwantitatieve analyse werden de coördinaten gebruikt van beide tuber coxae van de proefdieren. Aan de hand van deze coördinaten en driehoeksmeting werden de hoek alpha in het XY-vlak en de hoek beta in het YZ-vlak berekend tussen beide tuber coxae en dit ten opzichte van de tijd.

Vervolgens werden de hoeken telkens ‘voor behandeling’ (VB), ‘30’ na behandeling’ (NB) en ‘5 weken na behandeling’ (NB2) vergeleken in een grafiek. In de grafieken werd het verloop van de hoeken in graden (°) uitgezet in de tijd. Hieruit kan besloten worden of er een regelmatiger patroon is van de tuber coxae wat zich vertaalt in een meer symmetrisch en regelmatiger stappatroon en/of er een grotere amplitudo is wat zich vertaalt in een ruimere beweging van het bekken en de thoraco-lumbale wervelzuil.

Ook werd telkens in een tabel het verschil gemaakt tussen de kleinste en de grootste hoek. Deze verschillen werden telkens VB, NB en NB2 vergeleken. Hoe groter het verschil tussen de minimale en maximale hoek is, des te ruimer de beweging is in de thoraco-lumbale wervelzuil en het bekken.

Uit zowel de grafiek als uit de tabel kan een besluit getrokken worden in verband met de bewegingsuitslag van de thoraco-lumbale wervelzuil en het bekken.

vervolg

 


Contact