International College for Research on Equine Osteopathy

 

Invloed van osteopathische behandeling bij paarden geobjectiveerd.

Effecten van een osteopathiebehandeling op de mobiliteit in de lumbale wervelzuil.

Samenvatting van de thesis
aangeboden door Annelies DeWispelaere en Hymne Rydant
voor het behalen van het Diploma Osteopathie bij dieren
Promotor : Stefan ALEN

 

Inleiding

Twee studentes van het “International College for Research on Equine Osteopathy” (I.C.R.E.O.), Hymne Rydant en Annelies De Wispelaere, hebben als onderwerp voor hun afstudeeropdracht de mobiliteit van de lumbale wervelzuil gecontroleerd vòòr en na een osteopathische behandeling. Bij alle paarden werd een significante verbetering van zowel de symmetrie als de bewegingsamplitudo vastgesteld. Deze studie toont duidelijk de positieve effecten van de behandeling aan op de mobiliteit van de lumbale wervelzuil.

Met dank aan de Faculteiten Sport en Bewegingswetenschappen en Diergeneeskunde van de Universiteit Gent.

 

1. Doel van het onderzoek

 

Het doel van deze studie is een bewegingsanalytisch onderzoek van de lage rug en het bekken uit te voeren tijdens stap zowel voor als na osteopatische behandeling. Er worden metingen gedaan ter hoogte van het bekken. Het bekken speelt een sleutelrol bij de voortbeweging. De krachten die tijdens de beweging ontstaan uit de achterhand worden via het bekken overgebracht op de wervelzuil en de rest van het lichaam (Ridgway (2006), Haussler (2000), Denoix (2005), Audigé (2000)). In de veronderstelling dat de bewegingen ter hoogte van het bekken symmetrisch gebeuren, zal de overdracht van de krachten naar de rest van het lichaam beter verlopen. De referentiepunten waren het tuber sacrale en het tuber coxae. Dit zijn de meest prominente punten en ook het makkelijkst te palperen. De metingen werden uitgevoerd tijdens stap, omdat dit de meest mobiliserende beweging is voor de rug, dit door de afwisseling van tripodale en bipodale standen waardoor sinusoïdale bewegingen ontstaan (Denoix, Audigié, (2001)). Tijdens de stap is er in het sagittale vlak een opeenvolging van flexie-extensiebewegingen van de lumbale wervelkolom, zij het in beperkte mate. In het horizontale vlak is er een opeenvolging van lateroflexies die zich door de hele wervelzuil verderzetten. In het frontale vlak noteren we relatief duidelijke rotaties. De symmetrie van deze rotaties is een zeer belangrijke parameter en leert ons veel over de mobiliteit van de lendenwervelzuil.

Een eerste hypothese verwacht een verschil in bewegingsvrijheid van het bekken en de lage rug tijdens de stap na behandeling. Er wordt een ruimere en grotere beweging verwacht.

Een tweede hypothese verwacht een verschil in de spatio-temporele parameters van het bekken in het frontale vlak. Na behandeling wordt verwacht dat de tuber coxae horizontaal en evenwijdig lopen met de grond; dit betekent dat de tuber coxae op gelijke hoogte zitten aan beide zijden en aan beide zijden in gelijke mate roteren.

Een derde hypothese verwacht een verschil in de spatio-temporele parameters van het bekken in het horizontale vlak. Hier wordt verwacht dat de tuber coxae langs beide zijden op een gelijkaardige manier bewegen in de lateroflexies van de wervelzuil.

 

2.1 Proefdieren

Als proefdieren werden zeven paarden gekozen waarvan zowel de geschiedenis als de pedigree gekend zijn. De gemiddelde leeftijd, gestalte en gewicht van de proefdieren bedroegen respectievelijk (x ± SD) 9,6 ± 1 jaar; 1,63 ± 0,02m; 506,3 ± 47,3kg. In tabel 1 worden de individuele waarden weergegeven. De proefdieren werden geselecteerd aan de hand van een aantal voorwaarden: regelmatige fysieke activiteit, sportpaarden en problemen in de thoraco-lumbale overgang en/of de achterhand. De eigenaars van de proefdieren ontvingen verbale en schriftelijke details van de testprocedures. Aan de eigenaars van de proefdieren werd ook gevraagd om tijdens de tests nauwkeurig de richtlijnen van de onderzoekers op te volgen. Vooraleer te participeren aan het onderzoek, tekenden de deelnemers een ‘ informed consent’. De proefpersonen mochten op elk ogenblik hun deelneming aan de studie onderbreken.

 

 

PD

NAAM

RAS

GESLACHT

LEEFTIJD

(j)

SCHOFT

(m)

LG

(kg)

KLEUR

1

Coucoumie

Volbloed

Merrie

8

1.60

400

Bruin

2

Adja

Volbloed Criolo

Merrie

17

1.56

500

Vos

3

Notable Du Houssoit

SBS

Ruin

8

1.74

600

Schimmel

4

Parona

KWPN

Merrie

8

1.65

550

Vos

5

Chinook

-

Merrie

11

1.59

500

Bruinschimmel

6

Selma

KWPN

Merrie

7

1.62

500

Bruin

7

Paride

Oldenburg

Merrie

8

1.68

550

Zwart

Tabel 1: Fysieke kenmerken van de proefdieren ( j= leeftijd in jaren, m= schofthoogte in meter, kg= lichaamsgewicht in kg)

 

vervolg


Contact